(Urine-) incontinentie na behandeling prostaatkanker

Urine-incontinentie is een veelvoorkomende bijwerking na het behandelen van prostaatkanker met bestraling (radiotherapie) of na het volledig verwijderen van de prostaat (radicale prostatectomie). 

De prostaat kan op twee manieren bestraald worden:

Incontinentie na uitwendige bestraling van prostaatkanker

Direct na en soms al tijdens de bestraling kunnen klachten aan de urinewegen ontstaan. De bestraling irriteert het slijmvlies van de plasbuis en de blaas. Hierdoor ontstaat soms een branderig gevoel tijdens het plassen en/of moeten er vaak kleine beetjes geplast worden. Sommige mannen hebben hun plas minder goed onder controle waardoor incontinentie ontstaat. Doorgaans verdwijnen deze klachten na drie tot zes weken vanzelf. In sommige gevallen treden de bijwerkingen van de bestraling pas maanden later op, in dit geval zijn deze bijwerkingen vaak blijvend.

Incontinentie na inwendige bestraling van prostaatkanker

Bij inwendige bestraling van prostaatkanker is er een grotere kans op plasproblemen in het eerste jaar na de behandeling. Zo komt het vaak voor dat mannen tijdelijk incontinent worden, een branderig gevoel hebben tijdens het plassen en/of vaker naar het toilet moeten. De oorzaak is een vergrote prostaat die ontstaan is door de inwendige bestraling van het prostaatcarcinoom. Bij ongeveer vijf procent van de mannen zijn de klachten zo erg dat zij een blaaskatheter nodig hebben. 

Incontinentie na verwijderen prostaat

Incontinentie na het operatief verwijderen van de prostaat is veelvoorkomend. Vijfennegentig procent van de mannen die een prostaatverwijdering (radicale prostatectomie) ondergaat is tijdelijk incontinent, bij de overige vijf procent is de incontinentie blijvend. Doorgaans zijn de klachten kort na de operatie het ergst en verminderen deze in de maanden daarna. 

Stressincontinentie na prostaatverwijdering

Na een prostaatverwijdering ontstaat regelmatig stressincontinentie door een beschadiging of verzwakking van de bekkenbodemspieren. Dit houdt in dat bij het zetten van (korte) druk, zoals hoesten, de man ongewild urine verliest. Dit komt doordat tijdens de operatie weefsel is beschadigd/weggehaald waardoor de bekkenbodemspieren verzwakt raken. Meestal wordt in de twee of drie weken voor de prostaatverwijdering een bekkenbodemspiertrainingsschema meegegeven om de bekkenbodem sterker te maken. Dit trainingsschema wordt doorgaans opgesteld door of met een fysiotherapeut die hierin gespecialiseerd is.

Is er na anderhalf tot drie maanden na het verwijderen van de prostaat nog steeds sprake van incontinentie dan volgt er een doorverwijzing naar een bekkenbodemspierenspecialist. Bestaan er na anderhalf jaar nog steeds incontinentieklachten dan is de man waarschijnlijk blijvend incontinent.